Boot verven

Veelgestelde vragen


De verf wil niet doordrogen
Antwoord: Onvoldoende doordroging kan door meerdere oorzaken ontstaan.

1. De temperatuur is te laag voor doordroging. De bij de producten gemelde droogtijden zijn aangegeven bij 20°C. Bij verwerking en droging bij lagere temperaturen zal doordroging pas in een later stadium bereikt worden.

2.Condities tijdens verwerking + droging

Eéncomponent primers
Min. Temp. 10°C.
Max. Temp 25°C.
Max. rel. Luchtvochtigheid 85%

Tweecomponent epoxy primers
Min. Temp. 10°C.
Max. Temp 25°C.
Max. rel. Luchtvochtigheid 70%

Eéncomponent aflak
Min. Temp. 5°C.
Max. Temp 30°C.
Max. rel. Luchtvochtigheid 85%

Tweecomponent PU aflak
Min. Temp. 12°C.
Max. Temp 25°C.
Max. rel. Luchtvochtigheid 70%

In geval van tweecomponent producten zal bij te lage temperaturen doordroging helemaal niet bereikt worden. Door de omgevingstemperatuur te verhogen zal het drogingproces versneld kunnen worden.

3. Er is onvoldoende luchtcirculatie/ventilatie op de oplosmiddelen af te voeren. Oplosmiddelen zijn veelal zwaarder dan lucht en blijven bij onvoldoende luchtcirculatie op het oppervlak liggen. Zorg altijd voor voldoende ventilatie tijdens het aanbrengen en het drogen.

4. Door het aanbrengen van een te dikke laag kan oplosmiddel ingesloten zijn. De benodigde tijd voor doorharding is afhankelijk van de hoeveelheid ingesloten oplosmiddel in de gedeeltelijk aangedroogde verflaag. In extreme gevallen kan doordroging uitblijven en dient deze laag verwijderd te worden. Breng daarom liever twee dunne lagen aan in plaats van één dikke laag. Laat de verflaag langer doorharden.

5. Direct aanbrengen van een één-component product op een epoxy- of een verse polyester ondergrond. Epoxy dient minimaal 48 uur gedroogd te zijn. Nieuw polyester dient minimaal 2 weken oud te zijn.

Hoe worden naden gedicht bij overnaadse houtconstructies
Antwoord: Naar mate hout droogt, bijvoorbeeld in de winterstalling, zal het hout krimpen. Bij overnaadse houtconstructies (karveel) zullen tussen de planken kieren/naden ontstaan. Bij het opnieuw te water gaan zullen deze schepen in eerste instantie lek zijn en zinken. Na enkele weken zal het hout zo veel water hebben opgenomen en voldoende uitgezet zijn om de kieren/naden weer volledig te dichten.

Ondanks dat dit sinds jaar en dag een geaccepteerd fenomeen is, zoeken meer en meer watersporters naar een afdoende oplossing voor dit “probleem”. Traditioneel breeuwsel kan de kieren afdoende afdichten. Daarnaast kan bitumenkit worden gebruikt om de naden te dichten. Voor een definitieve dichting kunnen de kieren en naden worden afgedicht met West System G/Flex 655 epoxylijm Deze Harde verdikte epoxylijm biedt voldoende elasticiteit om de onderlinge werking van de planken op te vangen.

Na schuren kan uiteindelijk een systeem op basis van Epifanes Underwaterprimer worden aangebracht

De verf werkt op en vertoont rimpels
Het krokodillenhuid-effect wordt veelal veroorzaakt door een onvoldoende doorgeharde onderlaag.

Als de verf gaat opwerken, ook wel branden of schroeien genoemd, moet de oorzaak worden gezocht in een niet voldoende doorgeharde onderlaag of in het gebruik van verkeerde verdunningsmaterialen.

Het rimpelen van de verf kan ook veroorzaakt worden door het aanbrengen van een te dikke laag
(meestal op liggend werk) of verwerking in de volle zon.

Het in de verflaag opgesloten oplosmiddel verdwijnt door de reeds oppervlakkig aangedroogde verflaag. Eventueel kan de verflaag aangeschuurd worden, waardoor lucht in de onderlagen kan komen en verdere droging kan plaatsvinden. Schuur daarna het oppervlak glad en breng een nieuwe laag aan.

Er ontstaan blazen tijdens het aanbrengen
Antwoord: Uitzetting van oplosmiddelen.

Deze blaasvorming wordt veroorzaakt door schilderen op een te warme ondergrond of door het in de zon plaatsen van het geschilderde object onmiddellijk na het aanbrengen van de verf. Door de warmte zet het oplosmiddel in de verf uit. De laklaag dient te worden verwijderd door middel van schuren

Er ontstaan blazen na het aanbrengen
Antwoord: Uitzetten van vocht onder de laag of opgesloten oplosmiddel in de verflaag.

De oorzaak van de kookblaasjes moet worden gezocht in het in één laag te dik aanbrengen van de lak of een niet nauwkeurig aanhouden van de droogtijd tussen de lagen. Soms kan ook het toepassen van een slechte verdunning er de oorzaak van zijn dat kookblaasjes ontstaan. In beide gevallen dient de laklaag te worden verwijderd door middel van schuren.

De verf trekt weg van bepaalde delen.
Antwoord: Cratervorming en wegtrekken van verf kan door meerdere oorzaken ontstaan.

1. aanwezigheid op de ondergrond van water, vet, was, siliconen of andere verontreiniging,
2. aanbrengen van verf bij te lage temperatuur
3. het aanbrengen van de verf op een ongeschuurde/onvoldoende geschuurde met hoogglansverf behandelde ondergrond.

Siliconen kunnen zich in allerlei stoffen en materialen bevinden, zoals auto- en bootwas, glanspolish, huidcrèmes, afdichtingmaterialen en zgn. cockpit sprays. In alle gevallen dient de verf vóór droging weggewassen te worden. Ontvet het oppervlak met een geschikte reiniger en ontvetter. Oppervlakken met hoogglansverf dienen dof geschuurd te worden.

De verf laat los van de ondergrond
Antwoord: Onvoldoende hechting met de ondergrond

Als de verf van zijn ondergrond loslaat (schilfert), is dit veelal te wijten aan een niet of onvoldoende voorbehandelde ondergrond ( vervuiling, onvoldoende geschuurd, achtergebleven schuurstof )

De verf vertoont blisters
Antwoord: Blisters worden veroorzaakt doordat de laklaag niet helemaal gesloten is. Hierdoor kan vocht door de laklaag heen dringen en blistering veroorzaken. Oorzaken zijn het achterblijven van vochtresten in de onderlaag, het achterblijven van hygroscopische stoffen of het achterblijven van schuurresten.

De verf vertoont witte plekken.
Antwoord: Watervlekken

Watervlekken ontstaan na een regenbui op verse, nog niet voldoende gedroogde lak. Tijdens het verdampen van het regenwater zijn opgeloste bestanddelen van het water ( kalk, zout ) de bovenste laklaag binnengedrongen en leiden tot verkleuring. Na drogen en uitharden dient de lak te worden geschuurd en daarna gepolijst. In hardnekkige gevallen helpt alleen nog het bijschilderen.


Hoe lang kan verf bewaard worden?
Antwoord: Indien bewaard op een koele donkere plek zonder direct zonlicht en/of vrieskou, kan Epifanes verf en vernis in ongeopende originele verpakking minimaal 3 jaar bewaard worden.

Verwijder de deksel zonder de buis en deksel te beschadigen. Bij gedeeltelijk gebruik van de verf/vernis de deksel voorzichtig terug op de bus drukken. Draai de gesloten bus onderrsteboven gedurende 10 seconden om de binnenzijde van de afsluiting te sealen ( zgn. “koppen”).

Bij verf die al enkele jaren oud is zullen pigmenten en overige zwaardere verfcomponenten bezinken. Oproeren of opschudden is in dit geval essentieel. Op termijn zal het verfbindmiddel verkleuren, waardoor zullen blanke lakken donkerder worden en witte aflak minder wit ogen. Verder zal de droging op termijn vertragen.

Kunnen vernissen en aflakken ook onder de waterlijn worden aangebracht.
Antwoord: Voor het verfwerk wordt elk schip verdeeld in twee delen, t.w. het onderwaterschip dat continue waterbelasting heeft en het bovenwaterschip.

De waterlijn vormt de scheiding tussen het boven- en onderwaterschip. Een aflak is niet waterdicht en zal bij continue waterbelasting uiteindelijk blaasvorming vertonen. Indien een boot slechts enkele dagen achtereen in het water ligt of dagelijks getrailered wordt, zal er niets gebeuren met de aflak. Zodra het schip weer uit het water is, kan de aflak weer drogen.

LET OP: doeken, (cocos-)matten, swabbers en karpetten die met regenwater verzadigd zijn en gedurende langere tijd op dek liggen, kunnen ook blazen in de aflak veroorzaken. Ook trailers bekleed met karper kunnen langdurig nat blijven en blazen in de aflak veroorzaken.

Hoe krijg ik nou een mooi en strak verfresultaat?
Antwoord: Epifanes aflakken staan algemeen bekend om de prettige verwerking, de mooie vloeiing en de langdurige bolle glans. Het uiteindelijke eindresultaat is echter van meerdere factoren afhankelijk. We assisteren u graag bij uw schilderwerkzaamheden door u gericht en zo volledig mogelijk te informeren om een mooi en strak verfresultaat te behalen. Lees meer onder de button TIPS

Moet ik altijd schuren?
Antwoord:

Niet iedereen is gecharmeerd van schuren. Bij ééncomponent verf is schurenh helaas vaak noodzakelijk voor de mechanische hechting van een verflaag en om een mooi strak eindresultaat te krijgen.

Tweecomponent producten hechten chemisch met de ondergrond en kunnen vaak zonder tussenschuren worden aangebracht mits de opvolgende laag binnen een bepaalde tijd wordt aangebracht.

Bij hoogglans aflakken is het altijd aan te raden de glans weg te nemen door elke laag licht te schuren. Maak het oppervlak na het schuren goed stofvrij. Lees meer onder de button TIPS

Ik heb mijn boot vorig jaar geschilderd en de verf geeft nu af.
Antwoord: Verkrijting van verf wijst op een verarming van de verf.

Dit wordt veelal veroorzaakt doordat onvoldoende laagdikte is aangebracht afdoende bescherming te bieden. Applicatie met de roller kan slechts een beperkte laagdikte wordt gehaald (25 tot 50% van de laag bij kwastverwerking). Het is raadzaam om in dit geval in ieder geval een extra laag aan te brengen. Ook het toevoegen van teveel verdunning zal leiden tot verminderde laaglaagte. Schoonmaken met agressieve en schurende producten kan ook de verflaag ook versneld verarmen.

Wat is de minimale verwerkingstemperatuur van verf
Voor optimaal resultaat kan het schilderwerk het beste in geconditioneerde ruimten plaatsvinden. Hierbij kunnen temperatuur en relatieve lucht vochtigheid vooraf worden ingesteld en gecontroleerd. Echter beschikt niet iedereen over deze luxe en moet het schilderwerk veelal onder minder gunstige werkomstandigheden worden uitgevoerd. Bij verwerking in een onverwarmde loods/werkplek is de kans op condensvorming groot en kunnen vochtige omstandigheden het verfwerk nadelig beïnvloeden. Denk hierbij aan optrekkend vocht na het schilderwerk. Vocht kan de op de nog niet aangedroogde verflaag slaan, waardoor deze mat wordt. Tweecomponent aflakken zijn op dit punt extra gevoelig.
Voor het lakken buiten ben je in Nederland aan de weergoden overgeleverd. Bij teveel wind wordt de lak uit de kwast geblazen, bij plotselinge zonneschijn krijg je blazen en als je denkt dat het goed gelukt is, begint het opeens te regenen op je net aangebracht lak. Nederland is gewoon een lastig land voor het lakken buiten

Het is dus uitkienen wanneer je moet lakken. Vooral in de koudere maanden is het oppassen geblazen. In Nederland gaan lage temperaturen en hoge luchtvochtigheid samen.
Zorg ervoor dat het te behandelen oppervlak droog is en ontdaan van vuil, vet, olie, roest, stof en andere ongerechtigheden. Werk zoveel mogelijk in een tocht-, stof-, en vochtvrije ruimte.
Schilder niet in de volle zon of onder vochtige omstandigheden.
Bij twijfel of de werkomstandigheden gunstig genoeg zijn om te schilderen kan online een locaal weerstation worden geraadpleegd. Deze geven locaal minimale en maximale temperatuur, relatieve luchtvochtigheid en dauwpunt aan.
Condities tijdens verwerking/droging Min temp. Max temp. Max Rel. luchtv.
Eéncomponent primers 10°C. 25°C. 85%
Tweecomponent epoxy primers 15°C. 25°C. 70%
Eéncomponent aflak 5°C 30°C. 85%
Tweecomponent PU aflak 12°C 25°C. 70%

Boven vermelde droogtijden zijn indicatief en mede afhankelijk van de aangebrachte natte laagdikte en ventilatie.

Let op dat de temperatuur van de verf, het object en de werkomgeving geen grote onderlinge afwijking vertoont. Dit kan het verfwerk ook nadelig beïnvloeden. Bij verwerking onder lage temperaturen zullen droging en doorharding pas in een later stadium worden bereikt. Daarnaast wordt de verf taaier en lastiger te verwerken en het verbruik toenemen.

Bij verwerking en droging beneden de minimale verwerking- en drogingtemperatuur zullen droging en doorharding verder nadelig worden beïnvloedt, terwijl mechanische eigenschappen helemaal niet worden bereikt. Het is vaak verstandiger het schilderwerk uit te stellen (niet afstellen) tot de werkomstandigheden gunstiger zijn.

De temperatuur van het te behandelen oppervlak dient minimaal 3°C. boven het dauwpunt te liggen. Denk bij schilderwerk boven het hoofd op koude(-re) dagen ook aan mogelijke condensvorming door neerslag van warme uitademinglucht op het koude casco.
Plaats een hygrometer en thermometer in de werkomgeving om de relatieve luchtvochtigheid en temperatuur te meten. Door een vloeitje op het oppervlak te houden, kan eenvoudig worden bepaald of de oppervlakte droog genoeg is: blijft het vloeitje plakken, dan is het oppervlak te vochtig voor schilderwerk.

Bron: Epifanes.nl